Thema's

Lesbisch-specifieke therapie

Lesbisch-specifieke therapie is de beste benadering als hulpvragen over het lesbisch-zijn gaan. Ruwweg tweederde van de hulpvragen van lesbische vrouwen heeft geen direct verband met hun seksuele voorkeur. Toch is het ook dan van belang de lesbische context erbij te betrekken.

Bij algemene problemen kan het feit dat je lesbisch leeft toch voor een bepaalde inkleuring zorgen. Of het kan gevolgen hebben voor de beschikbare oplossingen. Ook als jouw probleem niets met lesbisch-zijn te maken heeft (of lijkt te hebben), is het van belang een hulpverlener te hebben die enig idee heeft van lesbisch-specifieke hulpverlening. Je denkt misschien dat het lesbische er dan te pas en te onpas bij gehaald wordt, terwijl je zelf niet al je ervaringen in dat teken wilt zetten. Een goede hulpverleenster zal het lesbisch-zijn niet problematiseren, maar er wel altijd een vraag over stellen. In elke levensfase, in elke situatie speelt een lesbische leefstijl een (andere) rol. Het is de kunst het lesbisch-zijn niet onnodig te problematiseren, terwijl toch elk probleem door een 'roze bril' bekeken moet worden om zo het eventuele roze gehalte van algemene klachten te achterhalen. In de reguliere hulpverlening gebeurt dit vaak niet, waardoor men dingen over het hoofd ziet.

Arianne, een wat stille 44-jarige vrouw zonder werk, heeft hoge schulden en meldt zich bij het maatschappelijk werk. Zij is de afgelopen jaren enige malen verhuisd. Het is duidelijk dat de schulden hierdoor zijn ontstaan. De hulpverlener krijgt niet boven tafel dat Arianne herhaaldelijk is verhuisd omdat zij door haar omgeving gediscrimineerd werd vanwege haar lesbisch-zijn. Zij schaamt zich hier erg voor en brengt het niet zelf ter sprake. De hulpverlener stelt er geen vraag over. Nadat ze ontkennend heeft geantwoord op de vraag of ze een partner heeft, blijft het onderwerp relaties en seksualiteit onbesproken.

Lesbische hulpverleenster of niet?

Lesbisch-specifieke therapie betekent nog niet dat de hulpverleenster ook zelf lesbisch moet zijn. Je kunt afwegen of je wel of niet voor een lesbische therapeute wilt kiezen.  Voordeel van een lesbische therapeute is de grotere mate van herkenning. Vrijwel alle lesbische vrouwen zijn opgevoed in een heteroseksuele omgeving zonder lesbische voorbeelden. Het is een hele klus de eigen lesbische gevoelens te aanvaarden en een passende lesbische leefstijl te vinden. Bij problemen op het vlak van coming-out en acceptatie kan een lesbische hulpverleenster als rolmodel fungeren. Zij laat in levende lijve zien dat een prettig lesbisch leven mogelijk is. Door haar eigen ervaringen zal ze bovendien sneller in staat zijn de gevoelens van haar cliënte te begrijpen. Nadeel van een lesbische hulpverleenster kan zijn dat het lesbische daarmee te dichtbij komt voor vrouwen die nog onzeker zijn over hun seksuele voorkeur. Een positieve reactie op hun lesbische gevoelens door een heteroseksuele therapeut m/v kan voor hen juist prettig zijn, als symbool voor maatschappelijke acceptatie. Lesbische cliënten kunnen bij een lesbische hulpverleenster ook met het probleem te maken krijgen dat ze te weinig afstand kunnen houden tot de therapeute. Er ontstaat dan een symbiotisch contact of een verliefd gevoel. De therapeute hoort dit echter in de gaten te houden. Zij kan de cliënte helpen om bij zichzelf te blijven en de gepaste afstand te bewaren die hoort bij een hulpverleningscontact. Op die manier kan dit ook een nuttig leerproces zijn. Heteroseksuelen zien doorgaans over het hoofd dat zij ook een seksuele identiteit hebben. Het hebben van een seksuele voorkeur lijkt iets voor mensen die niet-hetero zijn: alleen zij moeten ervoor 'uitkomen'. Maar natuurlijk hebben hetero's net zo goed een seksuele voorkeur. Alleen hulpverleners m/v die zich daarvan bewust zijn, kunnen een gelijkwaardig contact tot stand brengen met een lesbische cliënt en goede hulp verlenen bij lesbisch-specifieke vragen. Maak bij het kennismakingsgesprek met een heteroseksuele therapeut m/v melding van je seksuele voorkeur en hou in de gaten of je niet te sterk het gevoel krijgt als 'de ander' te worden beschouwd.

Pauline (42) was al enige jaren in behandeling bij verschillende hulpverleners voor depressieve en psychosomatische klachten. Er waren bovendien regelmatig psychotische momenten en een kortdurende psychiatrische opname. Na een rustige periode meldde ze zich opnieuw aan bij een ggz-instelling. Ze had last van depressieve klachten, sliep en at slecht. Aanleiding was het overlijden van haar moeder. Na twee gesprekken vertelde ze dat ze verliefd was op een vrouw. De hulpverleenster ging hier niet op in, maar stelde voor slaapmedicatie te gebruiken en enkele ondersteunende gesprekken te hebben. Pauline nam contact op met een homo-organisatie en kwam terecht bij een lesbische hulpverleenster. Uit overleg met haar vorige therapeute bleek dat Paulines verliefdheid op een vrouw werd gezien als een nieuwe manier om aandacht te vragen. In het contact met de lesbische therapeute kwam naar voren dat Pauline nooit eerder lesbische gevoelens had gehad tot de dood van haar strenge, afkeurende moeder. Pas toen ontstond er ruimte voor haar eigen verlangens. Pauline schaamde zich voor deze 'belachelijk late' coming-out, maar toen haar werd verteld dat ze lang niet de enige was die dit op latere leeftijd overkomt, durfde ze meer lesbische contacten aan te gaan. De depressieve en psychosomatische klachten verminderden aanzienlijk.