Thema's

Alcoholverslaving

De grens van te veel drinken is moeilijk aan te geven. Daardoor wordt een alcoholverslaving vaak niet opgemerkt. Wanneer spreek je van verslaving? En komt het onder lesbische vrouwen vaker voor?

Alcohol drinken is een sociale gewoonte. Je gaat vanzelf meedoen als je het uitgaanscircuit induikt. En je trekt een fles wijn open als iemand bij je komt eten. Van verslaving spreek je pas na enkele fasen van opklimmend drankgebruik. Daar kunnen jaren overheen gaan. Het is geen automatisme dat je van de ene fase in de volgende belandt, maar dat gevaar ligt wel op de loer. Welke fases zijn er?

  • Incidenteel drinken: bij een etentje of op een receptie.
  • Gewoontedrinken: iedere dag of ieder weekend, met soms uitschieters in de hoeveelheid.
  • Risicovol drinken: regelmatig eindigt het drinken in dronkenschap, vooral als er problemen of tegenvallers zijn. Er komen lichamelijke bijwerkingen zoals trillende handen of black-outs (gaten in het geheugen de volgende dag).
  • Verslaafd drinken: drank is nu onmisbaar voor het functioneren op een aantal levensgebieden. Pas met een paar glazen op lukt het om in een goede stemming te komen. Niet drinken leidt tot onthoudingsverschijnselen zoals trillen, zweten en black-outs. In deze fase is het drinken echt problematisch geworden.

Gevolgen

Een verslaving werkt door op zowel lichamelijk, psychisch als sociaal gebied. Hoe werkt verslaving door?

  • Lichamelijk: steeds meer drank is nodig om een roeseffect te krijgen. Bij doorgaand drankgebruik kunnen de hersens en lever beschadigd raken. Een vrouwenlichaam bevat minder vocht dan een mannenlichaam. Daardoor blijft de alcohol in een hogere concentratie in het lichaam. Vrouwen lopen daardoor lichamelijk eerder schade op door alcoholgebruik dan mannen.
  • Psychisch: meestal heeft alcohol eerst een positief effect. Maar al vrij snel slaat dit om in het tegendeel: je gaat je angstig en somber voelen, wat alleen op te lossen lijkt door weer de fles te pakken. Zo ontstaat een vicieuze cirkel.
  • Sociaal: eerst leidt het drinken ertoe dat je beter contact kan maken. Maar algauw merk je dat het zonder alcohol steeds slechter of helemaal niet meer lukt. Je krijgt last van angst, schaamte en depressies. Het resultaat is juist isolement. Ook hier slaat het aanvankelijke positieve effect dus om in het tegendeel. Vrouwen hebben meer dan mannen last van schuld- en schaamtegevoel. Een vrouw met stevig drinkgedrag roept veel meer negatieve reacties op dan een drinkende man.

Wanneer ben je verslaafd?

Hoe stel je voor jezelf vast of je verslaafd bent? Je kunt naar het aantal glazen per dag of per week kijken. Maar belangrijker is je te realiseren welke functie drank voor je heeft. Begin je met thuis indrinken voordat je uitgaat? Voel je je pas met drank voldoende zelfverzekerd in sociale contacten? Echt verslaafd ben je als je het zonder drank niet meer leuk hebt. Als je er 24 uur per dag in je hoofd mee bezig bent en ernaar verlangt. Als je elke reden aangrijpt om het te 'mogen' nemen. Als je het stiekem doet en erover liegt. Als je je leven ernaar inricht en alles draait om het volgende glas. Toegeven dat je verslaafd bent is moeilijk. Erken je nederlaag, zegt de zelfhulporganisatie Anonieme Alcoholisten (AA). In een omgeving van lotgenoten lukt het beter daar eerlijk over te zijn. Dat geeft een soort rust waardoor je er stapsgewijs aan kunt werken van de drank af te blijven. De AA heeft een 24-uurs telefonische hulpdienst (020-6817431). De Alcohol Infolijn geeft betrouwbare informatie over alcohol en alcoholgebruik. Voor jezelf of omdat je je zorgen maakt over een vriendin (0900-5002021, tien cent per minuut).

Lage eigenwaarde

Verslaafde vrouwen hebben vaak een laag gevoel van eigenwaarde. Dat is misschien wel de belangrijkste oorzaak van hun verslaving. Onderzoek in verschillende landen wijst erop dat alcoholproblemen vaker voorkomen onder lesbische vrouwen dan onder heterovrouwen. Uit het Nederlandse Nemesis-onderzoek van het Trimbos-instituut, uitgevoerd in de jaren 1996-1999, blijkt dat 26% van de ondervraagde lesbische vrouwen ooit in hun leven met een 'middelenstoornis' te maken had gehad, tegen 7% van de heteroseksuele vrouwen: viermaal zo vaak dus. Een middelenstoornis is niet alleen een verslaving aan alcohol of drugs, maar ook problematisch gebruik dat daar dicht bij in de buurt komt. Die hogere cijfers zouden best met de kwestie van de eigenwaarde kunnen samenhangen. Lesbische vrouwen kampen vaker dan gemiddeld met een negatief zelfbeeld. Ze hebben zich in hun lesbisch-zijn moeten ontwikkelen tegen negatieve beelden van hun omgeving in. Ook worstelen ze geregeld met het uiten van hun gevoelens en seksuele verlangens. Alcohol kan remmingen wegnemen, je voelt je assertiever, lichamelijk sterker en seksueel vrijer. Uiteindelijk is het geen oplossing, maar dat besef je niet als je eraan begint. Lesbische vrouwen zijn vaak sterke overlevers. Dat kan ertoe leiden dat ze geen hulp zoeken en te lang blijven doortobben. Lesbische vrouwen kunnen moeilijk toegeven dat hun bestaan niet helemaal goed op de rails staat. Je hebt er zo hard voor gevochten om lesbisch te zijn, en dan zou het niet lukken? Dat wil je niet weten. En je wilt al helemaal niet dat anderen je gaan zien als een slachtoffer van je keuze voor een lesbische levenswijze.

Luisterend oor

Zoek tijdig een luisterend oor als je drankgebruik problematisch wordt. Neem eerst een vriendin in vertrouwen. Of ga juist met een hulpverlener praten zonder dat je omgeving dit weet. Je hoeft je niet te schamen voor je moeilijkheden. Iedereen doet wel alsof lesbisch-zijn zo makkelijk is, maar je moet toch maar mooi elke dag weer je eigen keuzes staande houden, soms tegen de klippen op. Het is doodnormaal dat dat niet altijd lukt en dat je soms hulp nodig hebt.

Christine (55): In mijn jeugd was ik eenzaam en verlegen. Ik had mijn eigen fantasiewereld gecreëerd. Na mijn eerste glas rosé op mijn achttiende verjaardag gebeurde er een wonder. De werkelijkheid en mijn fantasiewereld draaiden om. Ik was niet langer verlegen. Ik praatte honderduit, begon te dansen en grappen te maken. Later, in mijn werk als journalist, wilde ik beter zijn dan iedereen. Ik liep op mijn tenen om dat waar te maken. Eerst dronk ik nog overdag bier en sherry en 's avonds pas jenever. Maar na vijftien jaar lag er een fles whisky in mijn bureaula. Ik dronk het uit een koffiebeker, waarin ik blies om te doen alsof het hete koffie was. Uiteindelijk dronk ik 24 uur per dag. Heel gestaag, ik werd niet stomdronken. Pas na 28 jaar alcoholisme kon ik stoppen. Op het laatst woog ik nog maar veertig kilo en hing de helft van de tijd over de wc-pot. Toen had ik echt de bodem bereikt. [Zij aan Zij, 2004-1]