Thema's

Bekende donor

Voor de rol van de zaaddonor zijn diverse opties. Allereerst de mogelijkheid van een bekende donor ' waarbij dan weer kan verschillen of deze man al dan niet een rol speelt in de opvoeding.

Veel vrouwen kiezen voor een bekende donor, die meer of minder contact heeft met het kind. Dat kan variëren van zo nu en dan een bezoekje, via vaste oppasdagen of logeerweekenden, tot co-ouderschap. Als moeders moet je natuurlijk goed met hem kunnen opschieten. Er moet een vertrouwensband zijn, zeker als het kind ook bij hem verblijft of logeert. Het is niet niks je kind aan iemand toe te vertrouwen. Neem dus van tevoren de tijd om elkaar te leren kennen. En maak, liefst op schrift, hele goede afspraken over ieders taken en rollen. Denk ook aan zaken als de rol van zijn familie (heten zijn ouders grootouders?), de rol van een eventuele (toekomstige) partner van de donor, of de donor ook beschikbaar is voor nog meer kinderen. Het voordeel van een bekende donor is dat het kind weet wie zijn of haar vader is. Je voorkomt dan Spoorloos-taferelen. Een kind hoeft niet eens veel contact met een donor te hebben om toch het gerustgestelde gevoel te hebben dat hij of zij afstamt van bekende ouders. Het kind kan vragende vriendjes en vriendinnetjes dan ook vertellen dat het wel degelijk een vader heeft, maar dat hij gewoon ergens anders woont. Een nadeel kan zijn dat de donor bemoeienis kan gaan opeisen met het kind. Door goede afspraken van tevoren kun je dit proberen te voorkomen.

Bartha (6): 'Ik heb zelf geen pappa maar mamma heeft wel een meneer, maar daar is ze niet mee gescheiden. Mamma heeft een meneer en die vond ze aardig en toen mocht ze daar een zaadje van lenen. En ze zijn niet bij mekaar gaan wonen.⿝ [Jeanette Geerlings en Marion van der Meer, Lesbisch moederschap]

Hein (32): 'Peter en ik wonen al lang samen. We dachten: kinderen krijgen is voor ons niet weggelegd, dat is nu eenmaal de consequentie van onze keuze. Toen een vriendin ons polste over samen kinderen krijgen, was dat een  keerpunt. Dat is toen niet serieus geworden. Later leerden we Yvonne en Jet kennen, een lesbisch paar. Toen ze ons hun nieuwe huis lieten zien, zeiden ze: en dit wordt de kinderkamer. Vanaf dat moment dachten we: als we iets willen, zou het heel goed met hen kunnen. Toen we erover gingen praten, bleken Yvonne en Jet te denken aan een donor op afstand. Maar dat wilde ik niet. Ik wilde geen weekendvader zijn, maar voor de volle honderd procent bij de opvoeding betrokken raken. Dat betekent de helft van de tijd voor het kind zorgen. Zo zijn we het gaan doen. [De Volkskrant, 9 maart 1996]

Marieke (43): 'We zijn gegroeid in onze opstelling. In het begin was de vader bij niemand bekend, nu weet iedereen wie hij is. Als je daar niet open over bent, word je uiteindelijk zeer kwetsbaar. Bovendien zijn de kinderen er zelf heel direct in. Bente wil zich in de tram nog wel eens tot een wildvreemde medepassagier wenden en zeggen: 'Ik ben nu op stap met mama Marieke. Mijn andere mama is thuis. En ik heb ook nog een papa, maar die woont niet bij ons in huis." [XL, feb/mrt 2000]