Thema's

Biologisch en sociaal moederschap

De vraag 'wie is de echte moeder', laat nooit lang op zich wachten. Hoe erg is dat? Speelt de sociale moeder dezelfde rol als de biologische, of zijn er verschillen?

Lastig aan lesbisch ouderschap is de permanente coming-out. Op je werk of op je sportclub kun je ervoor kiezen pas te vertellen over je relatievorm als je de mensen beter kent. Maar als je een kind krijgt, is dat er niet bij. Vanaf het eerste contact moet je bij allerlei instanties steeds openheid van zaken geven over de gezinssituatie. Bij de vroedvrouw, op het consultatiebureau, op de crêche, op school. Je moet dan elke keer weer een drempeltje over. In de praktijk vallen die contacten trouwens reuze mee. Het personeel in de gezondheidszorg en het onderwijs is in Nederland en Vlaanderen behoorlijk homovriendelijk. In de gezondheidszorg werken veel homo's en lesbo's. Toch moet je wel sterk in je schoenen staan als lesbische ouder. Je moet een verhaal hebben, je moet staan voor je keuzes. Voor de sociale moeder is de situatie het lastigst. Die rol is nieuw, daarvoor bestaat geen voorbeeld. De lesbische moeder die het kind gebaard heeft, deelt biologische ervaringen met andere moeders. Zeker in de eerste jaren van een kind, als de fysieke zorg vooropstaat, hoef je je dan in de wachtruimte van het consultatiebureau of op het schoolplein niet zoveel anders te voelen.

Sociale moeder onzeker

De sociale moeder kan met veel meer onzekerheid kampen over haar rol. Misschien stelt ze zich afwachtend op, want heeft het kind met haar wel dezelfde band als met de biologische moeder? Ook kan een sociale moeder zich onzeker voelen naar andere ouders, meer nog dan de biologische moeder. Hoe zien die andere ouders haar, telt ze wel echt mee? Soms ervaren de ouders van de sociale moeder het kind niet als hun kleinkind, omdat het geen bloedverwant is. Dat is heel pijnlijk en kan minority stress geven. Ook omdat adoptiekinderen in een heterorelatie wél als 'echte' kinderen worden aanvaard door grootouders en de overige sociale omgeving. Tussen lesbische moeders kan een soort concurrentie ontstaan wie de beste moeder is. Bij hetero-ouders krijgen de moederrol en vaderrol 'van nature' een verschillende invulling. Dan is vanzelf geregeld dat ze niet te veel op elkaars terrein komen. Bij lesbische moeders ligt er niet zo'n model klaar. Het is zoeken naar ieders sterke kanten. En het is vooral zaak elkaar ruimte te geven om het op een eigen manier te doen.

Rob (10): 'Mijn vriendjes vroegen wel eens: 'Jij hebt toch twee moeders, wie is nou je echte moeder?' Dan zeg ik: 'Eigenlijk allebei, maar uit haar ben ik geboren.' Sommige vragen vind ik wel grappig: 'Is het nou leuk, twee moeders?' Dan probeer ik ook antwoord te geven. Maar zo'n vraag 'Kom je uit een fabriek ofzo' vind ik niet leuk. [Mieke Jonkman, Heb jij ook twee mama's?]

Brigit (35): 'Ik vind het helemaal niet vervelend als mensen vragen wie de echte moeder is. Ik zeg het vaak juist uit mezelf. Ik voel me niet minder omdat ik niet de 'echte' moeder ben, met die term bedoelen mensen gewoon wie het kind gebaard heeft. Daar hoef je toch niet verhullend over te zijn? Het is nu eenmaal een verschil, je kunt het niet gelijktrekken. Zoals moeders en vaders ook anders zijn. Ik voel me meer verwant met vaders, ik heb nooit de ambitie gehad net zo'n moeder te worden als mijn vriendin. [Interview, september 2007]