Thema's

De keuze voor ouderschap

Sommige lesbische vrouwen weten al hun hele leven dat ze een kind willen. Anderen wegen de kinderwens af tegen andere doelen in hun leven. Eén ding is zeker: als lesbisch stel moet je er wel het nodige voor uitzoeken en regelen.

Het opvoeden van kinderen in een gezin met twee moeders verschilt niet zo heel veel van de opvoeding in een heterogezin. Dat blijkt steeds weer uit elk onderzoek of interviewboek. De grootste verschillen zitten 'm in het voorafgaande traject: hoe word je zwanger. Daar moet je als het lesbische vrouw heel wat voor ondernemen. En in de reacties van de omgeving. Hoe leuk het is om kinderen te krijgen? Dat is natuurlijk persoonlijk. Hoe verantwoord het is om als lesbisch stel kinderen te krijgen, valt wel te vertellen. Henny Bos van de Universiteit van Amsterdam promoveerde in 2004 op een onderzoek naar de verschillen tussen lesbische en heteroseksuele ouders. Ze vergeleek honderd lesbische ouderparen met honderd heteroseksuele stellen. Ze onderzocht alleen lesbische paren die samen het kind of de kinderen van het begin af aan hebben opgevoed. Belangrijkste conclusie: lesbische stellen voeden net zo goed op als hetero's, maar het ouderschap levert hen wel meer stress op.  Volgens een schatting van Bos (in 2004) zijn er in Nederland 15.000 lesbische stellen, waarvan vijftien procent kinderen heeft. Dat zou betekenen ruim tweeduizend gezinnen met twee moeders, nu misschien wel drieduizend. Want de groei zit er flink in, Bos spreekt zelfs van een 'babyboom' onder lesbische moeders.

Meer stress

Wat zijn de verschillen? Bos ontdekte dat lesbische stellen minder traditioneel zijn in hun opvoedingsdoelen. Bijvoorbeeld rond de vraag of het kind zich opstandig mag gedragen. Ze praten vaak meer met het kind over de gevolgen van zijn of haar gedrag. Verder verdelen ze de opvoedingstaken evenwichtiger. De sociale moeder (degene die niet het kind baarde) is sterker emotioneel betrokken bij het kind en is bezorgder dan de heteroseksuele vader. Wel heeft de sociale moeder meer dan de heterovader het idee dat ze zichzelf als ouder moet bewijzen. Een verschil is ook de grotere druk die lesbische moeders van buiten ondervinden. Driekwart van hen krijgt wel eens vervelende vragen, zoals 'Wie is nu de echte moeder'. Dertig tot veertig procent van de lesbische moeders vertelde aan Bos het gevoel te hebben dat er door andere ouders over hun gezinssituatie werd geroddeld. Uit het onderzoek viel op te maken dat de kinderen er last van hebben als de moeders zich in het nauw gebracht voelen. Zo rapporteren lesbische moeders die worden geconfronteerd met negatieve opmerkingen over hun gezin, vaker gedragsproblemen bij hun kinderen. Zie ook minority stress.

Goede opvoeders

Overeenkomsten zijn er ook. Uit Bos' onderzoek blijkt dat het welbevinden van kinderen in lesbische gezinnen niet anders dan in heterogezinnen. Ze vertonen niet meer of minder gedragsproblemen. Lesbische ouders doen het dus even goed als hetero-ouders.  Waarom onderzocht Bos eigenlijk de verschillen? In een interview met Trouw vertelde ze: 'Eerst droegen lesbische moeders vooral uit: onze gezinnen zijn hetzelfde als andere gezinnen en daarom mogen wij ook kinderen krijgen. Nu zitten we in een fase waarin wordt benadrukt dat homo's en lesbo's op sommige punten misschien wel anders zijn. Ik vind het goed om te kijken naar dat 'anders'. Want anders hoeft niet slechter te zijn.

Hélène (37) en Anne-Marie (33): 'Het hebben van kinderen is alleen maar een voordeel. Het verrijkt je leven, brengt je dichter bij elkaar, is een prachtige toetssteen en versterkt de band met je ouders. Toegegeven: je slaapt wat minder en je uitgaansleven swingt niet meer zo, maar ach, dat komt later wel weer. Nadelen van het lesbisch ouderschap? We zullen pas later weten of de kinderen achter onze keuze staan en blijven daar altijd verantwoordelijk voor. [Zij aan Zij, 2003-5]

Arijan Doeser (36): 'Met je kinderen heb je een hele vanzelfsprekende relatie. Je zit aan elkaar vast, en dat klinkt negatief, maar dat is wel het verschil met de meeste andere relaties in je leven. De liefde is onvoorwaardelijk. Van jou voor je kinderen, maar ook van de kinderen voor jou. De kinderen zijn heel puur en onbevangen in hun gedrag. Ze weten niet beter, ze accepteren je zoals je bent en dat je voor hen zorgt, en ze accepteren jou alleen en niemand anders. Zelf ga je na een tijdje ook ervaren dat het vanzelfsprekend is dat je om ze geeft. En dat is natuurlijk zwak uitgedrukt. [XL, februari-maart 1998]

Gytha (33) en Marian (37): 'Als je een kind hebt, kom je bij een reservoir van liefde in jezelf waarvan wij niet eens wisten dat het er was. Het is prachtig om te zien hoe onze dochter zich ontwikkelt. En wij leren weer heel wat over onszelf, onze relatie heeft zich daardoor verdiept. Een nadeel is het tekort aan tijd voor jezelf en voor elkaar. Je kunt van tevoren niet inschatten dat opvoeden zoveel tijd kost. [Zij aan Zij, 2003-5]