Thema's

Discriminatie en minority stress

Als je op vrouwen valt, kun je te maken krijgen met vooroordelen en discriminatie. Ongelijke behandeling bij een sollicitatie, maar ook scheldpartijen, burenruzies of geweld. De stress die dit je geeft, wordt ook wel minority stress genoemd.

Discriminatie op basis van je homoseksualiteit kan impliciet zijn. Je buren groeten je niet of je klasgenoten gebruiken 'homo' als scheldwoord. Je wordt niet serieus genomen, wanneer je niet in een mantelpakje loopt of niet terugflirt met de afdelingschef. Of je merkt dat je moeder dol is op de kinderen van je broer, terwijl ze de kinderen van je vriendin niet ziet staan. Subtiele vormen van onderscheid zijn vaak onzichtbaar voor hetero's en ongrijpbaar voor jezelf. Je kunt slecht aantonen dat je anders wordt behandeld. Je wilt niet zeuren, je aanstelling niet op het spel zetten of bent allang blij dat je moeder je vriendin accepteert.

Toch is het vervelend om te voelen dat je anders bekeken wordt dan vrouwen met een man. Het kan erger: uitgescholden op straat, weggepest uit je klas of je buurt, verstoten door je familie. Je kunt je daardoor beledigd, machteloos en alleen voelen. Het kan ervoor zorgen dat je van baan moet veranderen, moet verhuizen, het contact met je ouders moet verbreken of moet zwijgen over je gevoelens. Doe aangifte als je je ongelijk behandeld voelt op het werk of in de openbare ruimte. Ga ermee naar het College voor de Rechten van de Mens of dien een klacht in tegen de betreffende instelling. Zeker als het om ernstige vormen van homohaat gaat. Daarbij is het pijnlijker en ingewikkelder wanneer je zulke weerstand van bekenden komt, dan wanneer het om vreemden gaat. Ook is het dan moeilijker om aangifte te doen, hulp in te schakelen of een klacht in te dienen.

Discriminatie geeft stress. Dit wordt ook wel minority stress genoemd: stress vanwege het feit dat je tot een minderheid hoort. Je wordt achterdochtig bijvoorbeeld of bang om de straat op te gaan. Je accepteert jezelf eigenlijk ook niet of wilde dat je niet op vrouwen viel. Zulke gevoelens worden ook geïnternaliseerde homofobie genoemd. Je hebt de negatieve gevoelens om je heen overgenomen, waardoor je met jezelf in de knoop komt. Zoek vrouwen op met dezelfde gevoelens, zodat je je minder vreemd voelt, of praat er met een hulpverlener over.

 

Judith (32): 'Het viel me op dat er geruststellend naar mij werd geknikt als het over homo's ging: 'Niet dat het uitmaakt hoor⿝. Er werden hints gegeven en ik werd zorgelijk aangekeken. Niemand vroeg: 'Ben jij lesbisch?⿝ Nee, ze vroegen voorzichtig: 'Gaat het wel goed met je?⿝ [Zij aan Zij, 2005-02, p. 9]

Dounia (28): 'De volgende dag drong tot me door wat er gebeurd was. Ik rende naar het toilet en gaf over. Ik voelde me uitschot, want het kon nooit juist zijn om me zo goed te voelen bij een andere vrouw.⿝ [Volkskrant Magazine, 2003-175, p. 16]

Ans: 'Al vanaf het begin van mijn lesbische relatie bestaat er onder mijn kennissenkring een soort vooroordeel dat seks met vrouwen niet veel verder komt dan zogenaamd 'voorspel'. Dit is natuurlijk onin, maar ik vind het toch jammer dat er over lesbische seks zo minderwaardig gedaan wordt.' [Zij aan Zij 2004-02, p. 5.]