Thema's

Hoe noem je het?

Lesbo, pot, butch, lesbienne, femme, dyke, homo- of bivrouw, gay, mati, lipsticklesbo of jongensmeisje: hoe noem jij jezelf? Of benoem je jezelf liever niet? Gebruik je liever omschrijvingen zoals 'ik val op vrouwen' of 'ik ben van de damesliefde', of als bi-vrouw: 'Ik kan alle kanten op'?

Misschien vind je dat het niemand wat aan gaat met wie je zoent en vrijt. Of misschien doe je alsof je een vriendje hebt, omdat je niet wilt of kunt komen. Misschien vind je een apart woord overbodig, en laat je liever indirect blijken in een gesprek dat je (ook) van vrouwen houdt. Als je jezelf wél wilt benoemen, zijn er bepaalde woorden beschikbaar. Deze woorden hebben verschillende associaties, zowel positieve als negatieve, afhankelijk van de van het woord en wie het gebruikt in welke context.

De term homoseksualiteit bijvoorbeeld werd van oorsprong alleen in de medische wetenschap gebruikt, maar is door de jaren heen een algemene term geworden. Homofilie is al weer jaren uit de mode. Het betekent letterlijk de liefde voor het eigen geslacht. In christelijke kring werd deze term gebruikt om aan te geven dat je het wel mag voelen, als je er maar niks mee doet. Sommige mensen vinden dat het woord voorbij gaat aan de seksuele kant van homo- en lesborelaties.

De woorden lesbisch, lesbienne en lesbo zijn vernoemd naar het eiland Lesbos, waar de Griekse dichteres Sappho de liefde voor vrouwen bezong en bedreef. Vroeger zei men 'sapfische liefde', maar dat is nu niet meer gebruikelijk. De naam van het eiland en niet die van de dichteres zelf is overgebleven. Het woord 'pot' is een verkorting van 'lollepot' dat vroeger gebruikt werd voor vrouwen die seksuele relaties met vrouwen hadden. Letterlijk was een lollepot een kleine pot met een gloeiend kooltje erin. Vrouwen zetten deze pot als verwarming onder hun rok. Het woord 'pot' is nu zowel een scheldwoord als een geuzennaam: een woord dat lesbische vrouwen zelf gebruiken. Het bijvoegelijk naamwoord 'potteus' wordt gebruikt om wat meer mannelijke, stoere vrouwen te beschrijven.

Tegelijkertijd wordt de woordenschat over de lesbische liefde steeds groter. Heel vroeger bestonden lesbiennes helemaal niet in de taal. Nu zijn er allerlei afgeleide en samengestelde woorden, zoals leerpot, kantoorlesbienne, grotestadslesbo of wandelpot. Ook worden er woordgrapjes gemaakt om jezelf of anderen aan te duiden: wandelclub de Potige Dames of schaakclub Een potje schaak, 'les/bi' of 'lesbeau' bijvoorbeeld.